donderdag 30 december 2010

december 2010 "Tijdloos"


Tijdloos.


Als ik het bordje “estação” op mijn route tegenkom ga ik meestal even die richting uit.
De vele stations, vooral kleinere, met een hoog Märklin gehalte, zijn doorgaans goed onderhouden.
Aantrekkelijker voor mij zijn deze die al enige tekenen van verval vertonen, of erger waar zelfs de sporen, die van een station een station maken, zijn verdwenen.
Oliveirinha-Cabanas ligt aan de drukke “Linha da Beira” en heeft behalve doorgaande sporen ook een doodlopend roestig spoor dat leidt naar een verlate loods en de met wilde kruiden overgroeide kade.
Op het perron hangt boven de houten zitbank een mooie oude klok zonder wijzers.
Ze toont symbolisch de tijd waarin ik wil leven, en geeft mij het gevoel van rust en tijdloze onbezorgdheid.
In schril contrast de voorbijrazende Sud Expresso, enkele uren voordien vertrokken in Santa Apalónia. Nippend aan hun aperitief flitst de Beira aan de reizigers voorbij. Ik kijk even op het merkwaardige uurwerk, en vraag mij af hoe laat zij in Parijs zullen arriveren?
Onderweg naar het nieuwe jaar is voor velen de klok onmisbaar en bepalend voor de feestvreugde. In de “Beira” is dat niet anders. Het “estação” Oliveirinha-Cabanas maakt hierop gelukkig een uitzondering.

Ik moet er weer eens dringend naartoe.

Herman.

november 2010 "O meu amigo Benjamim"

O meu amigo Benjamim


Ik kom zojuist van de begrafenis van mijn vriend Benjamim. Zijn vrouw en zoon ontroostbaar snikkend bij de open kist. Nog een laatste poging hem terug te roepen.
Tevergeefs.
Het is iedere keer weer moeilijk dit grote verdriet te dragen en er zelf zo nauw bij aanwezig te zijn.
Denkend aan de grote sterke man, die stilaan minder en minder sterk werd en minder en minder groot leek, werd de kist zwijgzaam gesloten en zachtjes neergelaten.
Toen ik Benjamim anderhalf jaar geleden leerde kennen had hij zich al neergelegd bij de onherroepelijke achteruitgang van zijn gestel. Dit maakte van zijn leven een bij voorbaat verloren gevecht.
De drukte in het anders zo rustige bergdorp was rouwig, de vele vrienden en familie slenterde wezenloos achter de kist aan. In de smalle straten hing het wasgoed aan de hoog gespannen draden te drogen. Als wapperende "bandeiras" voor onze grote held die voor de laatste maal passeerde.

Verder bleef het stil.

Herman.